Betalen voor muziek in de wachtruimte

Bij veel ondernemingen is tijdens het werk muziek te horen. Dit is een gemakkelijke manier om een goede werksfeer te creëren. Ook veel tandartsen laten in hun wachtruimte muziek horen. Deze tandartsen ontvangen hiervoor jaarlijks facturen van belangenorganisaties zoals Buma/Stemra voor de auteursrechten en van Sena voor de naburige rechten van de uitvoeren -de artiesten.

In Nederland hebben meer dan 17.000 muziekauteurs de exploitatie van hun rechten overgedragen belangenorganisaties zoals Buma/Stemra en Sena. In de dagelijkse praktijk betekent dit dat een ieder die muziek commercieel gebruikt, te maken krijgt deze belangenorganisaties. Deze organisaties incasseren de vergoedingen voor het commercieel exploiteren van muziek en verdelen vervolgens de geïncasseerde opbrengst onder de verschillende mu-ziekauteurs en uitvoerende artiesten.

Openbaar maken

De grondslag voor het optreden van de organisaties liggen besloten in de Auteurswet en de Wet op de Naburige Rechten. In bijvoorbeeld de Auteurswet is uitdrukkelijk opgenomen dat er voor het gebruik van een auteursrechtelijk werk, zoals een muziekstuk, toestemming door de auteursrechthebbende dient te worden verleend. Door de belangenorganisaties hoeft een onderneming die muziek gebruikt niet voor elk nummer en bij elke muziekauteur afzonderlijk toestemming te vragen, maar is dit centraal geregeld.

Tot zover niets bijzonders. Het is geen vreemde gedachte dat wanneer iemand muziek commercieel exploiteert, auteursrechtelijk ook wel ‘openbaar ma -ken en/of verveelvoudigen’ genoemd, hier een vergoeding tegenover staat. Het componeren van muziek is immers de broodwinning van muziekauteurs. De adder zit hem echter in de term ‘openbaar maken’. Hierbij wordt in eerste instantie voornamelijk gedacht aan het verkopen van muziek, het laten optreden van een band in de kroeg of het gebruik van muziek voor televisieprogramma’s. Openbaar ma -ken is echter een veel ruimer begrip, waar nietsvermoedende ondernemingen steeds vaker mee worden geconfronteerd. Jaarlijks ontvangen veel ondernemingen facturen van belangorganisaties voor het ten gehore brengen van muziek op de werkvloer. Dit muziek-gebruik valt namelijk sinds een arrest van de Hoge Raad uit 1979 ook onder het begrip ‘openbaar maken’. Uit dit arrest volgt dat het luisteren door een werknemer naar een radio valt aan te merken als openbaar maken in de zin van de Auteurswet en de Wet op de Naburige Rechten als daarmee een groepsbelang gediend zou zijn, met andere woorden dat de anderen mee konden luisteren. Dit kan dus verstrekkende gevolgen waar ondernemingen niet altijd rekening mee houden. Op grond van deze uitspraak is een belangenorganisatie immers gerechtigd vergoedingen te innen voor het ten gehore brengen van muziek op de werkvloer.

In de wachtruimte

Veel tandartsen laten muziek horen in hun wachtruimte en ontvangen hiervoor jaarlijks facturen van belangenorganisaties. De vraag die hierbij opkomt is of voor een wachtruimte waar patiënten zitten dezelfde regels moeten gelden als voor een ruimte waar werknemers doelbewust naar muziek luisteren

Een tandarts uit Italië vond in ieder geval van niet en is hier over gaan procederen. Dit heeft uiteindelijk geleidt tot een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, de hoogste Europese Rechter. Het Hof is van oordeel dat vanwege een combinatie van een aantal specifieke omstandigheden in dit geval geen vergoeding verschuldigd was voor het openbaar maken van de muziek. Deze specifieke omstandigheden betroffen dat het zou gaan om (1) een zeer klein publiek van mensen die alleen op afspraak komen, (2) op een niet-openbaar toegankelijke plaats en (3) dat de betreffende tandarts geen winst -oogmerk had bij het openbaar maken van de muziek. De belangenorganisaties zoals Buma/Stemra en Sena hebben naar aanleiding van deze uitspraak aangekondigd hun beleid niet aan te passen omdat zij (kort gezegd) van mening zijn dat alle hierboven genoemde omstandigheden niet per definitie op iedere wachtruimte van toepassing zijn. Uiteraard zijn er argumenten tegen dit standpunt, maar het feit blijft dat er per specifiek geval een afweging zal moeten worden gemaakt met inachtneming van de beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Wat dit alles betekent voor de Nederlandse tandartsen hangt af van de uitleg die de Nederlandse rechter hieraan geeft. Duidelijkheid zal dus pas komen wanneer de eerste Nederlandse tandarts hierover een procedure wenst te starten. Voor nu lijkt het er in ieder geval op dat betalingsverzoeken van belangenorganisaties zoals Buma/Stemra en Sena voor muziek ten gehore gebracht in wachtruimtes niet langer zonder meer rechtsgeldig zijn.

Dit artikel is verzorgd door mr. Wouter Offringa, advocaat bij Certa Legal Advocaten te Amsterdam. Certa Legal Advocaten is bereikbaar voor het geven van advies met betrekking tot muziek in uw wachtruimte of andere juridische vragen. Aan de samenstelling en inhoud van dit artikel is de meeste zorg besteed. Wouter Offringa en Certa Legal Advocaten aanvaarden geen verantwoordelijkheid ten aanzien van op basis van dit artikel genomen beslissingen, tenzij zij vooraf in concrete gevallen zijn geraadpleegd.

Klik hier voor het originele artikel.

Bron: Wouter Offringa