Bevoegdheden curator verder uitgebreid

Bevoegdheden curator verder uitgebreid
Per 1 juli 2017 is de Wet versterking positie curator in werking getreden. De wet beoogt de informatiepositie en de fraudesignalerende rol van de curator te versterken. De wet voorziet in een meldingsplicht voor de curator in geval van (vermoedelijke) fraude. Verder brengt de wet nieuwe verplichtingen voor gefailleerde met zich mee. Deze verplichtingen zien op de informatieplicht (artikel 105 Fw) en de medewerkingsplicht (artikel 105a Fw) van gefailleerde.

Uitbreiding informatie- en medewerkingsplicht
Voorheen diende gefailleerde op verzoek van de curator informatie aan te leveren. In de nieuwe wet is deze informatieplicht verder uitgebreid. Zo dient gefailleerde uit eigen beweging de curator te informeren over zaken waarvan hij weet of behoort te weten dat die voor de curator van belang zijn. Dit kan met name van belang zijn voor vermogensbestanddelen die zich in het buitenland bevinden. Ten aanzien daarvan is gefailleerde verplicht om de curator (bijvoorbeeld door middel van een volmacht) de beschikking te geven over deze buitenlandse vermogensbestanddelen.

Uitbreiding kring van personen
Naast uitbreiding van de informatie- en medewerkingsplicht zijn ook de partijen op wie deze plichten van toepassing zijn, verder uitgebreid. Niet alleen het bestuur maar ook de commissarissen, vennoten en feitelijk bestuurders zijn hieraan onderworpen als ook de personen die in de drie jaar voorafgaand aan het faillissement bestuurder, commissaris of vennoot bij gefailleerde was. Niet alleen voornoemde personen dienen mee te werken aan het onderzoek van de curator, ook derden kunnen door de curator worden aangesproken. Accountants die bijvoorbeeld de administratie van gefailleerde onder zich hebben, zijn verplicht deze ter beschikking te stellen aan de curator.

Gevolgen niet naleving
Het niet voldoen aan de inlichtingenplichten is reeds bij de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude strafbaar gesteld. Bij schending van de inlichtingenplicht kan onder omstandigheden een gevangenisstraf van één jaar of een geldboete kan worden opgelegd (artikel 194 Sr). Verder kan ook een civielrechtelijk bestuursverbod (artikel 106 Fw) worden opgelegd. In geval van schending van de verplichting tot afgifte van de administratie kan er onder omstandigheden een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of een geldboete worden opgelegd.

Conclusie
De Wet versterking positie curator geeft de curator meer middelen in een faillissement. Naar verwachting zal de wetswijziging ertoe leiden dat de curator meer informatie kan verzamelen waarbij een actieve rol voor gefailleerde is weggelegd.