Legt het Europese hof een bom onder een betaalbare rechtsbijstandverzekering?

Het Europees Hof van Justitie heeft vandaag voor alle rechtsbijstandsverzekeraars (en hun verzekerden) een baanbrekende uitspraak gedaan. Het Europees Hof van Justitie heeft – in een procedure aangespannen door de heer J. Sneller tegen DAS Rechtsbijstand N.V. – geoordeeld dat particulieren of ondernemingen met een rechtsbijstandverzekering in natura, op grond van Richtlijn 87/344 EG, recht hebben op vrije keuze van de door hem/haar gewenste advocaat, ook in procedures waarin bijstand door een advocaat niet verplicht is.

Huidige situatie

In de polisvoorwaarden van de rechtsbijstandsverzekeraars wordt thans bepaald dat de kosten van een externe advocaat slechts door de rechtsbijstandsverzekeraar worden vergoed, indien een zaak op grond van de verzekeringsovereenkomst of – nog belangrijker – naar de mening van de rechtsbijstandsverzekeraar aan een externe advocaat moet worden uitbesteed. Pas in die gevallen zou de verzekerde recht hebben om een advocaat naar keuze in te schakelen om zijn belangen te behartigen.

In de praktijk betekent dit dat de rechtsbijstandsverzekeraars in gerechtelijke procedures waarin bijstand door een advocaat niet verplicht is – bijvoorbeeld arbeids-, huurgeschillen, geschillen met een belang tot € 25.000,= en administratiefrechtelijke procedures – aan verzekerden veelal een bij de rechtsbijstandsverzekeraar in loondienst zijnde jurist ‘ter beschikking stellen’ om hun belangen te behartigen. Die jurist is doorgaans namelijk vele malen goedkoper dan een externe advocaat die werkt op basis van een uurtarief.

Welke feiten en omstandigheden liggen aan uitspraak Europese Hof ten grondslag?

In de zaak die hier speelde, wenste de verzekerde in de gerechtelijke procedure bij de kantonrechter tegen zijn werkgever – waarvoor bijstand door een advocaat niet verplicht is – wel gebruik te maken van een advocaat en de kosten hiervan ten laste van DAS Rechtsbijstand brengen. Hij wilde niet worden bijgestaan door de jurist in loondienst van DAS Rechtsbijstand.

DAS Rechtsbijstand weigerde aan dit verzoek van verzekerde tegemoet te komen en verleende geen dekking voor de kosten van de externe advocaat. DAS Rechtsbijstand stelde zich – onder verwijzing naar haar polisvoorwaarden – op het standpunt dat het recht op vrije advocaatkeuze pas ontstaat op het moment er sprake is van (i) een gerechtelijke of administratiefrechtelijke procedure en (ii) DAS Rechtsbijstand besluit dat deze zaak door een externe advocaat moet worden behandeld.

De rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam deelden het standpunt van DAS Rechtsbijstand. De verzekerde besloot daarop cassatie in te stellen. De Hoge Raad heeft de kwestie – in verband met de uitleg van Richtlijn 87/344 EG – voorgelegd aan het Europese Hof van Justitie. Richtlijn 87/344 strekt tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de rechtsbijstandsverzekeringen en is gebaseerd op het Europese beginsel van het vrij verkeer van diensten.

Uitspraak Hof van Justitie

Het Europese Hof van Justitie heeft vandaag beslist dat de polisvoorwaarden van DAS Rechtsbijstand in strijd zijn met Richtlijn 87/344 EG. Een verzekerde heeft het recht om in het kader van een gerechtelijke of administratiefrechtelijke procedure – ook als bijstand door een advocaat niet verplicht is – zelf zijn advocaat te kiezen. Dit recht op vrije advocaatkeuze kan niet worden beperkt tot de situatie dat de rechtsbijstandsverzekeraar besluit dat een advocaat moet worden ingeschakeld. De verzekerde is dus niet verplicht zich te laten bijstaan door de jurist in loondienst van de rechtsbijstandsverzekeraar.

Het Hof van Justitie is niet gevoelig voor het argument dat door deze uitspraak de kosten van de verzekeraars en daarmee de verzekeringspremies aanzienlijk zullen stijgen. Volgens het Hof van Justitie sluit het recht op vrije advocaatkeuze niet uit dat er beperkingen worden gesteld aan de kosten die door de verzekeraars moeten worden vergoed. Volledige dekking van de advocaatkosten is op grond van de Richtlijn namelijk niet verplicht. Hier zit dus blijkbaar nog de nodige speelruimte voor rechtsbijstandsverzekeraars om hun verzekeringsproducten aan te passen.

Gevolgen uitspraak

De verzekeraars zullen niet blij zijn met de uitspraak van het Europese Hof. De verwachting is immers dat verzekerden sneller ‘aanspraak’ zullen maken op een advocaat, waardoor de interne juristen minder te doen krijgen. Het tweede effect is dat de verzekeraars meer geld aan externe advocaten kwijt zijn. Voor de verzekeringsnemers lijkt de uitspraak in eerste instantie dus positief, maar het is de vraag of dit zo blijft. Als de premies voor rechtsbijstandverzekeringen aanzienlijk zullen stijgen, heeft de uitspraak uiteindelijk een averechts effect. Rechtsbijstandsverzekeringen zijn namelijk een uitkomst voor mensen die niet in aanmerking komen voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand (“toevoeging”), maar ook weer niet gemakkelijk een hele procedure kunnen financieren. Een mogelijk forse premieverhoging zal het afsluiten van een rechtsbijstandverzekering veel minder aantrekkelijk maken. De toevoegingen staan ook al aanzienlijk onder druk, zodat de vraag is of de uiteindelijke uitkomst niet is dat toegang tot de rechter voor bepaalde groepen verder wordt bemoeilijkt. Als dat inderdaad het effect is, is de vraag wie met de uitspraak van vandaag blij zou moeten zijn.

Voor vragen M. Jasper Certa Legal (tel. 020 – 521 66 99), of uw reguliere contactpersoon bij Certa Legal.

Lees hier de uitspraak van het Hof.