Ontwikkelingen omtrent de Verklaring arbeidsrelatie

Wetsvoorstel invoering Beschikking geen loonheffingen ingediend bij de Tweede Kamer

Op 22 september jl. is het Wetsvoorstel Beschikking geen loonheffingen ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetvoorstel geeft uitvoering aan het reeds in 2012 aangekondigde voornemen tot wijziging van de systematiek van de Verklaring arbeidsrelatie (hierna: VAR).

Huidige regeling

De huidige regeling biedt een opdrachtnemer door middel van het aanvragen van een VAR, een voor bezwaar vatbare beschikking, de mogelijkheid vooraf zekerheid van de belastingdienst te krijgen over de fiscale kwalificatie van een arbeidsrelatie. De VAR kent nu vier verschijningsvormen, namelijk (i) loon uit dienstbetrekking (VAR-loon), (ii) resultaat uit overige werkzaamheden (VAR- row), (iii) winst uit onderneming (VAR-wuo) en (iv) werkzaamheden voor rekening en risico van een vennootschap (VAR-dga). Indien een opdrachtnemer op basis van het ingevulde (digitale) formulier een VAR-wuo of VAR-dga heeft verkregen kan hij deze aan zijn opdrachtgever overhandigen. Het grote voordeel hiervan is dat de opdrachtgever de zekerheid heeft dat hij geen loonheffingen en premies werknemersverzekeringen hoeft in te houden en af te dragen. Bovendien is de opdrachtgever gevrijwaard van eventuele naheffing van de loonheffingen en premies indien bij een controle achteraf de belastingdienst tot de conclusie komt dat de VAR onjuist is en sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. De opdrachtgever kan volledig vertrouwen op de door de opdrachtnemer aangevraagde VAR-wuo of VAR-dga, mits deze voor de juiste werkzaamheden is afgegeven en geen sprake is van kwadetrouw.Indien sprake is van een VAR- loon of een VAR-row heeft de opdrachtgever deze zekerheid niet en dient deze zelfstandig te toetsen of sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Voor de opdrachtnemer geeft de VAR daarbij een voorlopig oordeel over de kwalificatie van het inkomen uit de betreffende werkzaamheden voor de inkomstenbelasting.

Invoering BGL

In het onderhavige wetsvoorstel worden de vier VAR-verklaringen vervangen door één Beschikking geen loonheffingen (hierna: BGL). Hier hangen twee belangrijke maatregelen mee samen. Allereerst beperkt de voorgestelde BGL zich uitsluitend tot een oordeel of voor de arbeidsverhouding een verplichting tot inhouding van de loonheffingen en premies werknemersverzekeringen bestaat. Een aanvraag wordt uitsluitend toegekend of afgewezen. De BGL doet geen (voorlopige) uitspraak meer over de kwalificatie van het inkomen voor de inkomstenbelasting en of iemand in aanmerking komt voor ondernemersfaciliteiten.

De tweede maatregel betreft de introductie van de medeverantwoordelijkheid van de opdrachtgever voor de juistheid van de BGL. Dit wordt vorm gegeven door niet alleen de soort werkzaamheden op de BGL te vermelden maar tevens de wijze waarop en condities waaronder de werkzaamheden worden uitgeoefend. Het betreft condities waar de opdrachtgever beslissende invloed op kan uitoefenen, zoals of de opdrachtnemer zich mag laten vervangen, wie het risico draagt van schade bij de uitvoering van de opdracht en of de opdrachtnemer zijn werktijden zelf mag bepalen. De opdrachtgever dient de door de opdrachtnemer gestelde condities te controleren. Indien de opdrachtgever meent dat de condities overeenkomen met de feitelijke situatie kan hij akkoord gaan met de afgegeven BGL. Hij hoeft dan geen loonheffingen en premies in te houden, mits hij een kopie (tezamen met een kopie van het identiteitsbewijs van de opdrachtnemer) in zijn administratie bewaart.

De consequentie van deze maatregel is echter dat de vrijwaring voor opdrachtgever komt te vervallen. Indien de belastingdienst achteraf concludeert dat de op de BGL weergeven omstandigheden (waar de opdrachtgever invloed op heeft) niet overeenkomen met de feitelijke situatie en constateert dat de arbeidsrelatie toch kwalificeert als een dienstbetrekking, kan de belastingdienst de loonheffingen en premies bij de opdrachtgever naheffen of een correctieverplichting opleggen. De bewijslast ligt hiervoor overigens bij de belastingdienst.

Aanvraag BGL

De BGL kan straks (slechts) digitaal worden aangevraagd middels een webmodule van de belastingdienst. De webmodule is op dit moment nog niet beschikbaar, maar moet voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet operationeel zijn. Op basis van een (interactieve) vragenlijst, die is gebaseerd op wetgeving en jurisprudentie, wordt een oordeel gegeven over de inhoudingsplicht. Het oordeel zal direct na het invullen zichtbaar zijn op basis waarvan de opdrachtnemer kan beslissen of de BGL daadwerkelijk wordt aangevraagd. Het is mogelijk meerdere BGL’s aan te vragen, al meent de wetgever dat dit in de regel niet nodig zal zijn. Dit is alleen anders indien een opdrachtnemer (i) verschillende soorten werkzaamheden verricht of (ii) zijn werkzaamheden verricht onder verschillende omstandigheden. Met name dit laatste is ook van belang voor de medeverantwoordelijkheid van de opdrachtgever.

Inwerkingtreding en overgangsrecht

Om de praktijk de kans te geven zich voor te bereiden op de consequenties van de BGL is voorgesteld de wet niet direct na publicatie in het Staatsblad in werking te laten treden maar op een nader te bepalen tijdstip. In dit kader is tevens voorzien in overgangsrecht, bestaande uit twee maatregelen. Allereerst wordt het mogelijk gemaakt de BGL alvast aan te vragen en af te geven voordat de wet in werking is getreden. Daarnaast wordt de geldigheidsduur van de VAR over 2014, zoals eerder aangekondigd, verlengd tot inwerkingtreding van de nieuwe wet, mits de werkzaamheden waar de VAR 2014 betrekking op heeft hetzelfde blijven. Indien een opdrachtnemer nog geen VAR voor 2014 heeft of andere werkzaamheden gaat verrichten dan waarvoor de VAR 2014 is afgegeven, kan alsnog een VAR aangevraagd worden die zal gelden tot inwerkingtreding van de nieuwe wet.