Spuitschade. Wat is dat en wanneer ben je aansprakelijk?

Het is heel makkelijk om iemand aansprakelijk te stellen. Een eenvoudig briefje is al voldoende, maar het kan zelfs mondeling. Het wordt ingewikkelder – en voor juristen dus leuker – om de (vermeende) aansprakelijkheid bij de rechter vastgesteld te krijgen. Tegen deze achtergrond deel ik graag een recente uitspraak van het Hof Den Bosch van 14 mei 2019 waar Certa Legal bij betrokken was. De zaak gaat over zogenaamde spuitschade (ECLI:NL:GHSHE:2019:1817).

Spuitschade
Spuitschade komt er samengevat op neer dat bestrijdingsmiddelen overwaaien en schade veroorzaken. Wat is er in deze zaak precies gebeurd? In juni 2009 heeft een loonbedrijf op een maisperceel spuitwerkzaamheden verricht ter bestrijding van onkruid. Op het naastgelegen perceel waren jonge aspergeplanten geplant. Na de werkzaamheden op het maisperceel worden er verkleuringen aan de aspergeplanten geconstateerd en blijken de asperges krom te groeien. De aspergeteler houdt het loonbedrijf voor deze spuitschade aansprakelijk. Certa Legal stond op verzoek van de aansprakelijkheidsverzekeraar het loonbedrijf bij.

Uitspraak Hof Den Bosch
Het Hof Den Bosch heeft op 14 mei 2019 uitspraak gedaan. Er kunnen uit de uitspraak drie lessen worden geleerd.

  1. De eerste houdt verband met het gemotiveerd weerleggen van stellingen. Namens het loonbedrijf is aangevoerd - onderbouwd met een rapport – dat uit de genomen monsters van de aspergeplanten niet blijkt dat de schade kan zijn veroorzaakt door de gebruikte bestrijdingsmiddelen. De aangetroffen waarden in de monsters zijn daarvoor immers veel te laag. Als het bestrijdingsmiddel was overgewaaid, zou er meer zijn aangetroffen. De aspergeteler heeft volgens het hof onvoldoende aangevoerd om dat verweer van het loonbedrijf te weerleggen. Juist in hoger beroep is die constatering belangrijk, omdat er daarna geen extra kans is om de (onvoldoende onderbouwde) stelling aan te vullen. Er wordt in dat geval niet toegekomen aan nadere bewijslevering.

  2. De tweede overweging van het hof komt er op neer dat vaststaat dat in de genomen monsters stoffen zijn aangetroffen die (tot drie maal) boven de waardes voor aanvaardbare dagelijkse inname uitkomen. In dat kader is vervolgens door de aspergeteler aangevoerd dat degene die op zijn perceel zorg draagt voor gewasbescherming alleen middelen gebruikt die geen schade aan de aspergeplanten veroorzaken. Die stelling vindt het hof echter te vaag en te weinig zeggend om te kunnen concluderen dat het loonbedrijf dan met die middelen gewerkt heeft en de schade daar het gevolg van is. Omdat hier naar het oordeel van het hof geen sprake is van voldoende onderbouwde stellingen van de aspergeteler, wordt op dit punt ook niet toegekomen aan het opdragen van bewijs.

  3. Eigenlijk verliest de aspergeteler de procedure bij het tweede punt, maar ook voor het geval dat aangenomen zou moeten worden dat de schade aan de aspergeplanten is veroorzaakt door het spuitwerkzaamheden van het loonbedrijf, wijst het hof er als derde op dat aansprakelijkheid dan nog steeds niet zomaar mag worden aangenomen. De enkele kans dat schade ontstaat door drift van bestrijdingsmiddelen is in beginsel niet voldoende voor het aannemen van onrechtmatigheid. Er is daar meer voor nodig. De mate van waarschijnlijkheid van schade als gevolg van dat spuiten moet namelijk zodanig groot zijn dat het loonbedrijf uit het oogpunt van de in acht te nemen zorgvuldigheid had moeten afzien van de spuitwerkzaamheden. Het enkele argument van de aspergeteler dat een wind met kracht 3 (op de schaal van Beaufort) geen ideale omstandigheid is, is niet voldoende om het loonbedrijf tot die beslissing te laten komen als dat wordt afgezet tegen de getroffen voorzorgsmaatregelen. Die maatregelen waren onder andere het in acht nemen van een afstand tot het aspergeperceel, gebruik maken van een spuitsysteem waarbij de druk in de spuitdop met luchttoevoer wordt geregeld, niet met nevel werken, maar met een grove druppel en die laten vallen vanaf een hoogte van 50 centimeter op de 15 centimeter hoge maisplanten en het gebruik maken van kantdoppen. Daarmee wordt een zogenaamd ‘half spuitbeeld’ gerealiseerd. Dat houdt in dat voorbij de laatste rij van het te bespuiten gewas geen gewasbeschermingsmiddelen terecht komen. De slotsom van het hof is dat de door de aspergeteler gestelde normschending/het onrechtmatige handelen van het loonbedrijf niet is komen vast te staan en de vordering dus moet worden afgewezen.

Conclusie
Aansprakelijk stellen is één. De aansprakelijkheid met succes in rechte vastgesteld krijgen, is twee. Bij spuitwerkzaamheden is de enkele kans op schade door het verwaaien van de bestrijdingsmiddelen niet voldoende. Er moet meer zijn, in die zin dat de kans op schade zo groot is dat moet worden besloten de spuitwerkzaamheden niet uit te voeren, op een andere manier of op een later moment. Op de overweging van het hof dat er geen grond is voor omkering van de bewijslast kom ik in een volgende bijdrage graag nog een keer terug.

Certa Legal informeert u naar aanleiding van deze zaak (of een andere) graag verder. U kunt altijd contact opnemen. De uitspraak kan hier worden aangeklikt.

12-06-2019