Uitspraak Hoge Raad: OR heeft adviesrecht bij doorstart

Het adviesrecht van de ondernemingsraad (OR) geldt voortaan ook bij de doorstart van een bedrijf. Dit volgt uit de uitspraak van de Hoge Raad in een zaak rond de failliete drogisterijketen DA.

Eind 2015 ging DA failliet. Slechts een paar uur nadat het faillissement was uitgesproken, maakte de onderneming een doorstart. De curator van DA heeft de OR pas nadat de doorstart was geformaliseerd, ingelicht en heeft de OR dus niet vooraf om advies gevraagd.

De OR is van mening dat de curator hem in de gelegenheid had moeten stellen om over het verkoopbesluit advies uit te brengen en start een procedure bij de Ondernemingskamer. De Ondernemingskamer wijst de vordering van de OR af met als belangrijkste reden dat het adviesrecht van de OR onverenigbaar is met de rol van de curator die is gericht op de liquidatie en vereffening van de boedel. Tegen deze uitspraak is cassatie ingesteld bij de Hoge Raad door de OR, waarop de Hoge Raad arrest heeft gewezen.

De Hoge Raad oordeelt dat het adviesrecht van de OR niet ziet op de handelingen van de curator die zijn gericht op de liquidatie en vereffening van de boedel (bijvoorbeeld verkopen inventaris/voorraad of ontslag werknemers). Indien echter de verkoop van activa plaatsvindt in het kader van een voortzetting of doorstart van (delen van) de onderneming door dezelfde of een andere entiteit, waarbij het vooruitzicht bestaat van behoud van arbeidsplaatsen, is een daarop gericht besluit adviesplichtig.

Indien de OR een negatief advies heeft uitgebracht en er toch een doorstart wordt gerealiseerd, heeft de OR de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de Ondernemingskamer. Mogelijk zou het (doorstart)besluit kunnen worden teruggedraaid. Dan zou wel moeten komen vast te staan dat de curator niet in redelijkheid tot het betrokken besluit en derhalve de doorstart had kunnen komen. De praktijk zal moeten uitwijzen of de positie van de OR door deze uitspraak daadwerkelijk is versterkt.