Wijzigingen in de werkkostenregeling

Op Prinsjesdag is het wetsvoorstel Belastingplan 2015 ingediend bij de Tweede Kamer. In dit wetsvoorstel worden wijzigingen in de werkkostenregeling voorgesteld. Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen treden de hieronder genoemde wijzigingen per 1 januari 2015 in werking.

De werkkostenregeling is op 1 januari 2011 in werking getreden, vooralsnog facultatief. Werkgevers hebben de keuze om hetzij de werkkostenregeling, hetzij de oude regels met betrekking tot belastingvrije vergoedingen en verstrekkingen toe te passen. Zoals reeds aangekondigd in een brief van de Staatssecretaris van Financiën van 3 juli jl. zal het keuze regime ultimo 2014 eindigen. Met ingang van 1 januari 2015 is iedere werkgever verplicht de werkkostenregeling toe te passen voor vergoedingen en verstrekking in de loonsfeer. Het is voor werkgevers dan ook van belang zo spoedig mogelijk na te gaan of ze klaar zijn voor de invoering van de werkkostenregeling, rekening houdend met de hieronder genoemde wijzigingen.

De in het Belastingplan 2015 voorgestelde wijzigingen waren reeds aangekondigd in de eerder genoemde brief van de Staatssecretaris. Het gaat om de volgende maatregelen:

  1. Beperkte introductie van het noodzakelijkheidscriterium;
  2. Jaarlijkse afrekensystematiek;
  3. Concernregeling;
  4. Vrijstelling voor korting op branche-eigen producten; en
  5. Wegnemen van onderscheid tussen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen.

Verlaging vrije ruimte naar 1,2%

Onder de huidige werkkostenregeling worden in beginsel alle vergoedingen en verstrekkingen tot het belastbare loon gerekend. Een werkgever kan deze vergoedingen en verstrekkingen vervolgens aanwijzen als eindheffingsloon, waarover de werkgever een eindheffing verschuldigd is van 80%. Er geldt echter (onder meer) een vrijstelling voor de werkgever van 1,5% van de totale loonsom (vrije ruimte). Om de wijzingen van het Belastingplan 2015 zonder budgettaire derving mogelijk te maken wordt de vrije ruimte verlaagd van 1,5% naar 1,2%.

Noodzakelijkheidscriterium

Uitgangspunt van het noodzakelijkheids- criterium is dat, indien de werkgever van mening is dat een bepaalde voorziening noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering, dergelijke voorzieningen aan de werknemer kunnen worden vergoed of verstrekt zonder rekening te hoeven houden met de fiscale gevolgen van het eventuele privévoordeel dat de werknemer krijgt (hetgeen normaal gesproken belastbaar loon zou vormen). Dit noodzakelijkheidscriterium wordt beperkt ingevoerd, uitsluitend met betrekking tot gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur. Dit betekent bijvoorbeeld dat een werkgever, onder voorwaarden, aan (bepaalde) werknemers een smartphone of tablet kan vergoeden of verstrekken zonder dat dit ten koste gaat van de vrije ruimte, mits naar het redelijk oordeel van de werkgever een dergelijk apparaat noodzakelijk is voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking en dus overtuigend gericht is op een optimale bedrijfsvoering.

Afrekensystematiek

De afrekensystematiek wordt vereenvoudigd. Werkgevers kunnen ervoor kiezen slechts één keer per jaar te berekenen wat de verschuldigde eindheffing is in het kader van de werkkostenregeling. De eventueel verschuldigde belasting dient de werkgever dan (uiterlijk) tegelijk met de belasting over het eerste tijdvak van het nieuwe kalenderjaar af te dragen.

Concernregeling

Binnen de concernregeling wordt een collectieve vrije ruimte gecreëerd voor alle tot het concern behorende werkgevers. Er is sprake van een concern indien een moedermaatschappij een belang van tenminste 95% houdt in de (klein) dochtermaatschappij(en). Op het uiterste afrekenmoment (zie hiervoor) kan een concern ervoor kiezen de regeling wel of niet toe te passen. Indien de regeling wordt toegepast geldt deze voor alle concernonderdelen die het gehele kalenderjaar voldoen aan het 95% criterium. De eventuele eindheffing bij overschrijding van de vrije ruimte moet worden afgedragen door het concernonderdeel dat de grootste loonsom heeft. Consequentie is wel dat alle concernonderdelen hoofdelijk aansprakelijk worden voor de gehele door het concern verschuldigde eindheffing.

Vrijstelling voor korting op branche-eigen producten

Er wordt een gerichte vrijstelling ingevoerd voor branche-eigen producten. De ‘oude’ regeling voor personeelskorting wordt daarmee onder de werkkostenregeling voortgezet. Aan deze vrijstelling is de voorwaarde verbonden dat het voordeel van de werknemer niet meer is dan 20% van de waarde in het economische verkeer van deze producten, met een maximum van € 500 per jaar. In tegenstelling tot de oude regeling is het niet mogelijk het niet-gebruikte deel van de personeelskorting door te schuiven naar het volgende jaar.

Wegnemen van onderscheid tussen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen

De werkkostenregeling kent nu een nihil- waardering voor een aantal werkplek gerelateerde voorzieningen die door de werkgever worden verstrekt (waaronder ter beschikking gesteld). Voor deze voorzieningen wordt een gerichte vrijstelling ingevoerd om het verschil tussen vergoeden en verstrekken weg te nemen.